
Greta de Groot weet alles van ‘haar hunebed’ D6
Door Jos Smit in De Krant van Tynaarlo
TYNAARLO – Zonlicht schijnt door de boomtakken op het hunebed van Tynaarlo. Het prehistorisch bouwwerk draagt de officiële naam ‘D6’. Greta de Groot, voorzitter van de Historische Vereniging Tinaarlo, weet er alles van. Ze legt uit dat het hunebed 5000 jaar geleden een belangrijke, culturele plek innam. Interessant genoeg doet het dat nog steeds.
De Groot begint met uitleggen wat een hunebed precies is. “Eronder werden mensen begraven. Wie dat waren en hoeveel er zijn geplaatst weten we niet. Het is hier zandgrond, daarin blijven geen resten bewaard”, legt ze uit. Ze wijst naar de bodem, die momenteel keurig aangeharkt is en ongeveer even hoog ligt als het omringende gras. “Oorspronkelijk had het een kelder, wel een meter dieper. Bij andere hunebedden zijn opgravingen gedaan, daar werden grote hoeveelheid grafgiften gevonden. Zoals stenen bijlen en fraai aardewerk.” De mensen die hunebedden maakte, zijn zelfs vernoemd naar dit specifieke aardewerk. Ze staan bekend als het ‘trechterbeker volk’.
Er is veel interessants te melden over hunebed D6, zoals dat het helemaal gaaf is. Geen van de stenen is ooit verplaatst. De drie dekstenen die het dak vormen hebben elk een eigen naam, verwijzend naar hun vorm. Naast elkaar liggen de ‘paddenstoel’, ‘glijbaan’ en ‘klomp’. Ze liggen er vandaag de dag nog precies zo bij als een aantal stamleden ze 3500 jaar voor Christus hebben neergelegd. De fraaie en vooral gave constructie viel ook al op in de 17e en 18e eeuw, toen er een nieuwe interesse in de grafmonumenten kwam.
“Hij is vaak afgebeeld door kunstschilders”, legt De Groot uit. “Haagse schilders trokken eerst naar de kust, om de Noordzee te schilderen. Die kwamen er daarna achter dat het hier in Drenthe ook mooi is.” Willem Roelofs was zo’n schilder, hij maakte meerdere werken waarop het Tynaarloose hunebed te zien is, inclusief herder met schaapskudde. Het beeld van de ruige wildernis, vol oude ruïnes, waar de herder zijn brood verdiende, sprak duidelijk tot de verbeelding.
D6 is daarnaast ook, letterlijk, een schoolvoorbeeld hunebed. Het werd afgebeeld op grote plakkaten die vroeger in elke schoolklas te vinden waren. In het collectief geheugen van verschillende generaties Nederlandse scholieren is het hunebed van Tynaarlo het voorbeeld van een hunebed. Daar blijft het niet bij, laat amateurhistoricus De Groot zien. Uit haar fietstas haalt ze talloze voorbeelden van voorwerpen waarop het hunebed is afgebeeld. “Hier heb je een aantal historische ansichtkaarten, hier heb je een strip van Ot & Sien die zich afspeelt bij het hunebed”, somt ze op.
Het hunebed heeft een bijzonder plaatsje in het hart van De Groot. “Het voelt een beetje als mijn hunebedje, ik ga er geregeld kijken. Als het nodig is haal ik wat rotzooi weg.” Ze is daarin niet de enige. De bewoners van de toepasselijk genaamde Hunebedstraat komen geregeld samen voor onderhoud aan het millennia oude bouwsel. Pieter en Anna Wever wonen tegenover het hunebed, aan de andere kant van de straat. “Het hunebed was wel een van de redenen dat we dit huis hebben gekocht”, zegt Anna. Haar man vult aan: “Elke paar maanden komen we met wat mensen uit de straat samen, bijvoorbeeld om wat te snoeien aan de omliggende bomen en struiken. Nieuwe bewoners in de straat worden uitgenodigd en doen dan eigenlijk altijd mee. Zo is het hunebed echt een verbindende factor in de straat.”
De Groot stelt dat het toen het net was gebouwd ook een centrale rol in het leven van mensen innam. “Mensen kwamen hier samen voor feesten, ceremonieën en begrafenissen.” In zekere zin vervult het dus nog altijd de functie waarvoor het gebouwd werd, ruim 5000 jaar geleden.