Jaarvergadering “Historische Vereniging Tynaarlo” met daarna lezing Ot en Sien
Jaarvergadering “Historische Vereniging Tynaarlo” met daarna lezing Ot en Sien en hun schepper Hindericus Scheepstra.Op 25 maart a.s. is de jaarvergadering van de “Historische Vereniging Tynaarlo” in de Spil te Tynaarlo. De avond begint om 20.00 uur.Na het officiële gedeelte is het woord aan mevr. Alie Folkerts uit Roden. Ze is jarenlang voorzitter geweest van het Scheepstra Kabinet en kan ons alles vertellen over de onderwijzer Scheepstra uit Roden en de boeken, die hij heeft geschreven. Ot en Sien, Pim en Mien en Buurkinderen ( deze laatste serie speelt in Roden) komt u vast wel bekend voor.Op zaterdagmiddag 9 mei 2026 volgt er nog een excursie naar het Scheepstra kabinet en Speelgoedmuseum. Hiervoor kan men zich opgeven op de avond van de lezing of bij onze secretaris.De excursie naar “Adderhorst” is op 28 maart 2026 en begint om 10.30 uur bij de ingang van “Adderhorst”. De rondleiding zit helemaal vol en men kan zich dus niet meer opgeven.
Lezing “Adderhorst” bij de Historische Vereniging Tynaarloeen groot succes
Op 12 februari organiseerde de Historische Vereniging een lezing over het landgoed “Adderhorst”. Deze boeiende, interessante lezing werd door dhr. Van Veldhuizen, huidige bewoner van het landgoed, verzorgd samen met zijn echtgenote.D.m.v. een mooie powerpointpresentatie werd de geschiedenis van “Adderhorst” verteld.In het begin van de vorige eeuw ging opa Adriaan van Veldhuizen, hoogleraar theologie te Groningen, rondkijken in Drenthe op zoek naar mooie plekjes in de natuur. Éen plekje greep hem het meeste aan. Zozeer, dat hij de wens had om eigenaar te worden van dit stukje natuur en het te behoeden voor verwording.Hij bouwde er een klein zomerhuisje voor zijn vrouw en kinderen. Hij liet de natuur zijn gang gaan en verbaasde zich over de 13 grafheuvels in zijn achtertuin. Met zijn emmertje en schepje ging hij vaak op pad en nam menig bijzondere plantje mee terug naar “Adderhorst”.Daardoor zijn hier nu nog steeds zeer zeldzame plantjes te vinden.Na zijn dood heeft zijn vrouw jarenlang op “Adderhorst”gewoond. Kinderen en kleinkinderen gingen vaak op bezoek of vakantie naar oma Marie en kregen allemaal een hechte band met “Adderhorst”. Hun zoon Gijsbert kreeg 9 kinderen, die het landgoedje erfden.Na rijp familieberaad is het Egbert en Annemarie van Veldhuizen gegund om hier te gaan wonen. Ook om het als geheel in de familie te houden. Het huis is inmiddels uitgebouwd.Zij interesseren zich erg in “Adderhorst”en houden het m.b.v. allerlei instanties zo goed mogelijk in originele staat. Egbert geeft geregeld rondleidingen en iedereen verbaast zich, dat dit plekje bestaat.Ook de oude schoolplaat van hunebed D6 en de verdwenen hunebedden tegenover ‘”Adderhorst” kwamen aan bod in het verhaal.In de powerpoint kwamen heel oude foto’s voorbij. Ook van de oudste brug over het Zeegserloopje, waarop de mensen verrast reageerden.Het was al met al een heel erg geslaagde avond met een volle zaal, aandachtige toehoorders en een prachtige lezing. Egbert en Annemarie werden bedankt door de voorzitter en kregen nog een aardigheidje.
Landgoed “Adderhorst”
“een postzegel van onschatbare waarde”
De Historische vereniging Tynaarlo nodigt u uit voor een lezing door dhr. E. van Veldhuizen, huidige bewoner van “Adderhorst”.
We gaan kennis maken met een stukje natuur in Tynaarlo, die nog niet iedereen kent en waar je verborgen schatten kunt vinden.
We vinden naast het kronkelende Zeegserloopje o.a. dertien grafheuvels, een wegenstelsel van 4000 v. Chr. en een ondoordringbaar bos.
De lezing is op woensdag 11 februari 2026 en begint om 20.00 uur in de Spil in Tynaarlo.
De lezing is voor leden. Andere belangstellenden zijn ook van harte welkom tegen een kleine vergoeding.
AFGELAST HVT Nieuwjaarsvisite
Jammer, maar helaas!
Door de weersomstandigheden zien wij ons genoodzaakt om onze Nieuwjaarsvisite van de “Historische Vereniging Tynaarlo” van dit jaar af te gelasten.
We betreuren dit erg, maar veiligheid gaat voor alles.
Wij zien u graag op 11 februari in de Spil voor de lezing over “Adderhorst” door dhr. Veldhuizen.
Nieuwjaarsvisite Historische Vereniging Tinaarlo
Op 10 januari organiseert de Historische Vereniging Tinaarlo hun jaarlijkse nieuwjaarsvisite vanaf 13.30 uur in de Spil.
Er wordt geproost op het nieuwe jaar en bijgekletst onder het genot van een hapje en drankje. Er zijn foto’s en films en vooral een heleboel gezelligheid.
Opening van het seizoen “Historische Vereniging Tynaarlo” met lezing over de pianofabriek van Albert Hahn.
Op 25 september wordt in Grand Café Centraal in Tynaarlo om 20.00 uur een lezing gehouden over de pianofabriek Albert Hahn.De pianofabriek van Albert Hahn heeft van 1922 tot 1966 in Tynaarlo gestaan, recht tegenover het station. Het gezin Hahn woonde in Huize Fenix naast de fabriek. Albert Hahn, geboren in Groningen in 1885, begint na een grondige opleiding als pianostemmer en pianoreparateur een bedrijf in Groningen. Hij verkoopt ook piano’s. Na een aantal jaren besluit hij zelf piano’s te gaan bouwen en omdat hij daarvoor een fabrieksruimte nodig heeft, komt hij in Tynaarlo terecht.Tijdens de 2e wereldoorlog zijn Albert Hahn en drie van zijn kinderen zeer actief in het verzet tegen de Duitse bezetter. Vader en de oudste zoon overleven de oorlog niet, maar de andere twee kinderen bouwen het totaal verwoeste bedrijf weer op en brengen het weer tot bloei. Willem van der Meij presenteert het, met pianomuziek doorspekte, verhaal op deze eerste avond van ons seizoen.
Op Adderhorst staat de tijd stil, dat moet zo blijven
Door Jos Smit in De Krant van Tynaarlo
TYNAARLO – Een stuk ongerept grasland strekt zich uit langs het Zeegserloopje, een beek die hier meanderend tussen de dorpen Tynaarlo en Zeegse, uitkomt in de Drentsche Aa. Het is een waar walhalla voor allerlei insecten. Eraan grenst een beboste strook land, waarop veertien grafheuvels liggen. Het gebied is beschermd dankzij Adriaan van Veldhuizen, hoogleraar theologie uit Groningen, die aan het begin van de 20e eeuw zo verknocht raakte aan dit stukje dat hij besloot het te kopen en “te behoeden voor verwording”. Hij noemde het gebied en het huis dat hij erop bouwde ‘Adderhorst’, vandaag de dag woont zijn kleinzoon nog altijd op het landgoed.
Zomer zonlicht wordt gefilterd door de boombladeren, insecten dansen in de lichtschachten. Egbert van Veldhuizen, de kleinzoon, wandelt op zijn gemak over een paadje en wijst ondertussen de verschillende grafheuvels aan. Op de hoogste van de veertien heuvels staat een grote beukenboom. “Door mijn opa geplant.” De heuvels zijn opgetrokken door mensen uit de ‘Klokbekercultuur’, zo’n 2500 tot 2000 jaar voor Christus. In tegenstelling tot veel vergelijkbare heuvels in Drenthe zijn deze nooit afgegraven. “Mijn opa was bevriend met Albert van Giffen, de beroemde archeoloog. Ze vonden allebei dat afgraven een grove methode voor onderzoek is. Ze waren ervan overtuigd dat er uiteindelijk een technologie zou zijn waarmee ze in de heuvels konden kijken, zonder ze te beschadigen. Daar hebben ze inmiddels gelijk in gekregen. Er liggen overigens nergens zo veel grafheuvels bij elkaar als hier”, vertelt hij met gepaste trots.
Deze heuvels zijn nog niet onderzocht, maar vergelijkbare grafmonumenten wel. Egbert heeft daarom een goed idee wat je erin zou vinden. “Als je zou gaan graven dan vind je een lijkschaduw in het zand. Het lichaam zelf is al lang verdwenen. De mensen werden begraven in de foetushouding. Mannen lagen op hun rechterzij en keken naar de zonsopgang, vrouwen lagen andersom.” Van hen is verder eigenlijk niks bekend, het enige dat is overgebleven is het typerende aardewerk, waar de cultuur naar is vernoemd.
Ook voor de Klokbekercultuur werd het gebied al bewoond, blijkt uit de aanwezigheid van hunebedden. Op een steenworp afstand van Adderhorst ligt hunebed D6, ooit waren er nog meer. Aan de overkant van de Hunebedstraat, waar Adderhorst aan ligt, stond ooit een hunebed. Dat werd aan het begin van de 20e eeuw afgebroken. De stenen zijn verscheept, in de bodem zijn nog wel veel schatten gevonden. Er zijn bakkenvol potscherven uit de grond gekomen. Egberts vader ging er zelf ook op onderzoek uit, hij vindt een driehoekig stukje grijze steen. Er is in gekerfd en het is voorzien van een gaatje. Onderzoek wijst uit: het is een amulet of sieraad van de steensoort ‘lydiet’. Annemarie van IJsendoorn, vrouw van Egbert, draagt het nu aan een kettinkje.
Uit dezelfde periode of nog eerder dateren op Adderhorst de ‘holle weg’ en de aansluitende ‘voorde’, een doorwaadbare plaats in de beek. Delen van een prehistorisch wegennet, nu zichtbaar vanaf het fietspad. Van later datum, de vroege middeleeuwen, ligt er een karrenspoor. Dit liep van een groot klooster bij Werden in Duitsland naar Yde en verder naar Groningen. Er is een oorkonde bewaard uit 820, waarin een zekere Theodgrim zijn bezit in Tynaarlo overdraagt aan het klooster. Het is daarmee de oudste bekende bron waarin het dorp wordt genoemd. Dit stukje van de ‘Werdense weg’ waarover de monniken liepen om de pacht te innen bestaat dus nog altijd en is te zien in het landschap van Adderhorst.
Een dergelijk stuk land beheren vereist veel tijd en professionele kennis. Daarin worden Egbert en Annemarie geholpen. Landschapsbeheer Drenthe komt jaarlijks langs om onderhoud plegen. Ook andere instanties verlenen hun expertise, in totaal hebben Egbert en Annemarie met zo’n twintig instanties te maken. Zeer waardevol is ook de hulp van buren, die regelmatig hun handen uit de mouwen steken op het landgoed. “Ik geef mensen die nieuw in de buurt komen wonen graag een rondleiding. Zo ontdekken ze dat ze op waardevolle grond wonen.” Terwijl Egbert uitkijkt over het landschap dat afloopt richting het Zeegserloopje wijst hij naar een bosje van bramen die midden in het veld wortel hebben geschoten. “Dat wordt binnenkort weggehaald door een buurtgenoot met een bosmaaier. Door samen te zorgen voor deze speciale plek kweek je het echte naoberschap.”
Egbert geeft graag rondleidingen over het terrein. Hij legt daarbij graag uit wat zijn grootvader wilde bereiken met de aanschaf van de grond. “Zoals hij zei, het behoeden voor verwording. Dat betekent: de omgeving beschermen voor bederf.” Die overtuiging heeft hij aan zijn nazaten doorgegeven. “Hier wonen doet iets met je. Er ontstaat een gevoel van verbondenheid, zorgplicht.” De rondleidingen geeft hij aan verschillende partijen, waaronder het Hunebedcentrum en het Waterschap. De ervaring is dat beide partijen iets nieuws leren. Lachend: “het blijft inspirerend”.
Greta de Groot weet alles van ‘haar hunebed’ D6
Door Jos Smit in De Krant van Tynaarlo
TYNAARLO – Zonlicht schijnt door de boomtakken op het hunebed van Tynaarlo. Het prehistorisch bouwwerk draagt de officiële naam ‘D6’. Greta de Groot, voorzitter van de Historische Vereniging Tinaarlo, weet er alles van. Ze legt uit dat het hunebed 5000 jaar geleden een belangrijke, culturele plek innam. Interessant genoeg doet het dat nog steeds.
De Groot begint met uitleggen wat een hunebed precies is. “Eronder werden mensen begraven. Wie dat waren en hoeveel er zijn geplaatst weten we niet. Het is hier zandgrond, daarin blijven geen resten bewaard”, legt ze uit. Ze wijst naar de bodem, die momenteel keurig aangeharkt is en ongeveer even hoog ligt als het omringende gras. “Oorspronkelijk had het een kelder, wel een meter dieper. Bij andere hunebedden zijn opgravingen gedaan, daar werden grote hoeveelheid grafgiften gevonden. Zoals stenen bijlen en fraai aardewerk.” De mensen die hunebedden maakte, zijn zelfs vernoemd naar dit specifieke aardewerk. Ze staan bekend als het ‘trechterbeker volk’.
Er is veel interessants te melden over hunebed D6, zoals dat het helemaal gaaf is. Geen van de stenen is ooit verplaatst. De drie dekstenen die het dak vormen hebben elk een eigen naam, verwijzend naar hun vorm. Naast elkaar liggen de ‘paddenstoel’, ‘glijbaan’ en ‘klomp’. Ze liggen er vandaag de dag nog precies zo bij als een aantal stamleden ze 3500 jaar voor Christus hebben neergelegd. De fraaie en vooral gave constructie viel ook al op in de 17e en 18e eeuw, toen er een nieuwe interesse in de grafmonumenten kwam.
“Hij is vaak afgebeeld door kunstschilders”, legt De Groot uit. “Haagse schilders trokken eerst naar de kust, om de Noordzee te schilderen. Die kwamen er daarna achter dat het hier in Drenthe ook mooi is.” Willem Roelofs was zo’n schilder, hij maakte meerdere werken waarop het Tynaarloose hunebed te zien is, inclusief herder met schaapskudde. Het beeld van de ruige wildernis, vol oude ruïnes, waar de herder zijn brood verdiende, sprak duidelijk tot de verbeelding.
D6 is daarnaast ook, letterlijk, een schoolvoorbeeld hunebed. Het werd afgebeeld op grote plakkaten die vroeger in elke schoolklas te vinden waren. In het collectief geheugen van verschillende generaties Nederlandse scholieren is het hunebed van Tynaarlo het voorbeeld van een hunebed. Daar blijft het niet bij, laat amateurhistoricus De Groot zien. Uit haar fietstas haalt ze talloze voorbeelden van voorwerpen waarop het hunebed is afgebeeld. “Hier heb je een aantal historische ansichtkaarten, hier heb je een strip van Ot & Sien die zich afspeelt bij het hunebed”, somt ze op.
Het hunebed heeft een bijzonder plaatsje in het hart van De Groot. “Het voelt een beetje als mijn hunebedje, ik ga er geregeld kijken. Als het nodig is haal ik wat rotzooi weg.” Ze is daarin niet de enige. De bewoners van de toepasselijk genaamde Hunebedstraat komen geregeld samen voor onderhoud aan het millennia oude bouwsel. Pieter en Anna Wever wonen tegenover het hunebed, aan de andere kant van de straat. “Het hunebed was wel een van de redenen dat we dit huis hebben gekocht”, zegt Anna. Haar man vult aan: “Elke paar maanden komen we met wat mensen uit de straat samen, bijvoorbeeld om wat te snoeien aan de omliggende bomen en struiken. Nieuwe bewoners in de straat worden uitgenodigd en doen dan eigenlijk altijd mee. Zo is het hunebed echt een verbindende factor in de straat.”
De Groot stelt dat het toen het net was gebouwd ook een centrale rol in het leven van mensen innam. “Mensen kwamen hier samen voor feesten, ceremonieën en begrafenissen.” In zekere zin vervult het dus nog altijd de functie waarvoor het gebouwd werd, ruim 5000 jaar geleden.
Boeiend verhaal over de oorlog en bevrijding in Tynaarlo voor kinderen van basisschool in Tynaarlo
Willem van der Meij van de Historische Vereniging Tynaarlo heeft aan de groepen 5,6,7 en 8het verhaal verteld van W.O. II.Naast algemene informatie, hoe het nu toch tot zo’n oorlog kon komen, vertelde hij hoe het in Tynaarlo ging in deze oorlog.Verhalen over onderduiken, verzetsmensen in de pianofabriek Hahn, vordering van o.a. auto’s en paarden, spertijd , Duitse soldaten in het oude zwembad,etc.Het verhaal van de overval op een drukkerij in Groningen waarbij 133.450 distributiebonnen werden gestolen en dat daarbij de verstopte auto van de directeur van de metaalwarenfabriek was gebruikt, was reuze spannend. Daarna werden deze bonnen verstopt in de pianofabriek en verder over het hele land verdeeld. De auto werd weer verstopt onder het hooi.Op de eerste en laatste dag van de oorlog werd de Vriezerbrug vernield om de Duitsers tegen te houden. Het maakte ook wel indruk, dat Willem vertelde, dat de school vanaf september dicht moest. Deze werd in beslag genomen door de Organisation Todt met dwangarbeiders, die bunkers en loopgraven voor verdediging van Duitsland aan moesten leggen. Ze werden onder gebracht bij boeren en in de pianofabriek.De laatste hongerwinter was er bijna niets meer te eten, behalve eigen teelt en moesten ze vaak hun eigen koeien en varkens opeten. Dit vonden de kinderen zielig. Aan de hand van een kaart liet Willem zien, waar de Canadese bevrijders langs zijn gegaan.Willem kreeg na afloop een luid applaus en werd bedankt met een lekker Drentse turf.



























