Reuzen, Stenen en Reuzenstenen
Harrie Huisman te gast bij Historische Vereniging Tynaarlo met “Reuzen, Stenen en Reuzenstenen”.
Donderdagavond 28 september j.l. was de keienexpert van het Hunebedcentrum, Harrie Huisman te gast bij de Historische Vereniging Tynaarlo met de lezing “Reuzen, Stenen en Reuzenstenen”.
De hamvraag van deze avond was, hoe de grote zwerfkeien in Drenthe zijn gekomen.
Voor de pauze vertelde Huisman, wat de mensen allemaal zelf bedacht hebben, onwetend van het bestaan van ijstijden. Ze vonden het vreemd, want er waren hier geen bergen en rotsen.
Boeren hebben ook lang geloofd, dat keien kunnen groeien. Men vond zelfs keien met wortels. In de herfst haalden ze alle keien van het land, maar in het voorjaar waren ze er weer! Dan moesten ze wel groeien. Dat het door vorstwerking komt, wist men toen nog niet.
Picardt, die dominee was in Rolde en in Rhee woonde, kwam vaak langs de hunebedden. Hij was onder de indruk en was ervan overtuigd, dat gewone mensen dit nooit konden bouwen en dit wel het werk van reuzen moest zijn.
Hier komt ook het woord hunebedden vandaan. Hunnen is een ander woord voor reuzen. Dus reuzenbedden. Er zijn allerlei sagen en legendes over reuzen en grote stenen.
De eerste wetenschapper, die voor een doorbraak zorgde, was Otto Torell.
Hij ontdekte, dat er ijstijden zijn geweest. Er kwamen geologie-instituten, ook in Groningen.
Men ontdekte, dat de keien uit Scandinavïe waren gekomen. In 1920 verflauwde de interesse van de wetenschap in stenen en namen amateurs het over.
Na de pauze krijgen we het echte verhaal, hoe de keien van Scandinavïe naar de Hondsrug zijn gekomen. Het was in de voorlaatste ijstijd, de Saale, ca. 150.000 jaar geleden. Er lag een laag van 1 km. ijs boven Drenthe. De keien, afkomstig van rotsen in Scandinavïe zijn meegesleurd door de dikke ijsstroom helemaal naar Nederland. De zand -en keileemruggen zijn in de laatste periode van de Saale-ijstijd ontstaan, doordat er vanuit het Noordzeegebied een ijsrivier in zuid-oostelijke richting stroomde. De belangrijkste rug is de Hondsrug, die uniek in de wereld is. Toen het ijs duizenden jaren later smolt, bleven de keien achter op de Hondsrug.
Het was een boeiende, interessante lezing van dhr. Harrie Huisman. Hij is expert op het gebied van zwerfkeien en is als geologisch adviseur verbonden aan het Hunebedcentrum en het Geopark de Hondsrug.
Wie meer wil weten van keien en stenen, moet eens kijken op zijn website: www.kijkeensomlaag.nl





Na enkele mededelingen en een gedicht over de lente, die deze dag echt was begonnen, konden de aanwezigen genieten van een spannend verhaal over Justina Abelina de Coninck, die op raadselachtige wijze aan haar eind is gekomen.
Het is tot nu toe een raadselachtige dood, waar dhr. Wim Ensing al jaren onderzoek naar doet. Hij heeft een boek “Het drama van Justina Abelina” geschreven en de inhoud van dit boek verwerkt in een historische talkshow.
De 5 spelers werden bedankt met een echte Drentse turf en lekkere paaseitjes en de enige vrouw in het gezelschap kreeg nog een bos bloemen, omdat ze jarig was.
Het begon allemaal in 1818, toen Generaal Johannes van den Bosch schatrijk uit Indië terugkwam. Hij trok zich de armoede in Nederland aan en wilde een einde maken aan de verpaupering van met name de stedelijke bevolking. Hij richtte de MvW. op in Frederiksoord, de eerste kolonie. Later zouden Wilhelminaoord, Willemsoord en Boschoord volgen. Hij bood huisvesting, arbeid, scholing en zorg aan armoedige gezinnen uit de steden.
In Frederiksoord stonden al 2 gebouwen, die werden aangekocht: Huis Westerbeek ( hier ging Johannes van den Bosch zelf wonen) en het Logement (nu hotel Frederiksoord). Er werden rechte wegen aangelegd, waarlangs kleine huisjes werden gebouwd. In totaal zijn er in de kolonies 435 gebouwd).Er kon een gezin in wonen met 4 kinderen. Had men zelf maar 2 kinderen, dan was men verplicht om 2 weeskinderen in huis te nemen. Iedereen moest werken op het land of in de mandenmakerij, ook de kinderen. Bovendien moesten de kinderen naar school.









Dhr. Theo Spek woont sinds 5 jaar ook in het Drentsche Aa gebied en wel in het
Theo heeft ook nog plaatsnamen uit de Middeleeuwen verklaard. Tinaarlo is ook wel Inarloo genoemd en betekent dus in het bos. Want loo is bos. Waarschijnlijk was Taarlo, Tynaarlo, Vries en Loon vroeger één groot bosgebied in de vroege Middeleeuwen. Toen zag Drenthe er nog anders uit.

