Rabo clubsupport 2022
De Historische Vereniging Tynaarlo heeft € 261,25 gekregen van de Raboclubsupportactie.
We willen iedereen, die op ons heeft gestemd, hiervoor hartelijk bedanken.
De Historische Vereniging Tynaarlo heeft € 261,25 gekregen van de Raboclubsupportactie.
We willen iedereen, die op ons heeft gestemd, hiervoor hartelijk bedanken.
Sinds enkele jaren heeft het dorp Tynaarlo een multifunctionele accommodatie, dat is gebouwd op het sportterrein van SVT. Dit gebouw genaamd De Spil is door heel veel vrijwilligers uit het dorp gerealiseerd.
De eigendom van de accommodatie is in handen van een aparte stichting genaamd: Stichting Sport en Welzijn Dorp Tynaarlo (SSWDT). De Spil wordt voor een groot deel gebruikt door de afdeling voetbal van SVT. Daarnaast heeft De Spil een dorpshuisfunctie. Ook andere verenigingen uit het dorp kunnen daarom gebruik maken van de accommodatie. Er worden veel vergaderingen gehouden. Ook bijeenkomsten, recepties en ook andere dorpshuis gerelateerde activiteiten zoals cursussen, kunnen in De Spil worden georganiseerd. Ook kleinere feestjes/verjaardagen kunnen worden gehouden in De Spil
Het bestuur van de stichting bestaat momenteel uit 4 personen. Daarnaast is er een beheerder die de dagelijkse gang van zaken regelt, zoals de reservering van de diverse ruimten, de bestellingen van de voorraad en de schoonmaak. De reguliere vergaderingen vinden 10x per jaar plaats. Daarnaast is het een enkele keer noodzakelijk om een extra vergadering in te plannen,
Onze voorzitter Arie Dallinga heeft aangegeven te stoppen met zijn werkzaamheden. Eerder trad een ander bestuurslid al af, waarvoor we tot nu toe nog geen vervanger hebben kunnen vinden.
Het bestuur bestaat momenteel uit Arie Dallinga, Erik Pronk, Tim Aardse en Ellen Westerbeek.
Wij zijn daarom dringend op zoek naar enkele bestuursleden ter versterking van ons bestuur, specifiek gaat het dan om een nieuwe voorzitter en een penningmeester.
Volgens de statuten is het gewenst, dat één kandidaat zich laat vertegenwoordigen namens de sportvereniging Tynaarlo en de ander namens de Vereniging Dorpsbelangen Tynaarlo.
Naast de gebruikelijke werkzaamheden van een voorzitter, zijn wij op zoek naar iemand die goed kan communiceren met de diverse verschillende gebruikers van De Spil, de besturen van de diverse verenigingen, die gebruik maken van de accommodatie en ook met de diverse instanties waar wij mee te maken hebben, zoals de gemeente Tynaarlo en de provincie Drenthe. Een breed netwerk hebben is daarom een pro.
De Spil is een btw plichtige organisatie. De accommodatie wordt verhuurd en er is een sprake van een semi-horeca gelegenheid, waarvoor een alcohol vergunning is afgegeven.
Er spelen daarom diverse financiële aspecten bij het penningmeesterschap. Wij zijn dan ook op zoek naar iemand die bekend is met deze materie. Kennis van boekhouding en financiële verslaglegging is essentieel.
Voor beide functies zoeken wij iemand die zich wil inzetten voor het beleid en doel van SSWDT (zorgdragen voor het voortbestaan van de accommodatie waar sociale activiteiten van het dorp en zijn bewoners kunnen plaatsvinden). Het zijn uitdagende functies, waarmee je een grote bijdrage kunt leveren aan de voorzieningen en daarmee de leefbaarheid van ons dorp Tynaarlo.
Wij hebben voor beide functies een profielschets opgesteld. Ben je geïnteresseerd of wil je één of beide profielschetsen ontvangen? Stuur een mail naar: info@sportwelzijntynaarlo.nl.
Namens SSWDT
Ellen Westerbeek
Historische Vereniging Tynaaarlo opent het seizoen met lezing over landgoed “Bosch en Vaart” (schoonheid aan het water).
Door omstandigheden was de eerste bijeenkomst van Historische Vereniging Tynaarlo op 4 oktober in de M.F.A “de Spil” in Tynaarlo.
De opkomst was goed en de voorzitter Fenno Scheeringa heette iedereen van harte welkom op deze 1e avond in de coronaperiode. Later op de avond hebben we met zijn allen het glas geheven omdat we nu toch weer gezellig bij elkaar konden zitten.
De lezing werd gehouden door dhr. Kees Andriesse, die boeiend, kundig en soms met wat humor alles wist te vertellen over het landgoed “Bosch en Vaart”, gelegen aan het Noord-Willemskanaal.
Hij werd bijgestaan door de huidige bewoners Pieter en Greet Battjes, die hem aanvulden.
Henk van der Mast verzorgde de powerpoint en had ook de lezing in elkaar gezet. Verder kwam de trouwste vrijwilliger Doeke Schrage nog even aan het woord.
Het landgoed is gebouwd in 1881 door Hermannes Inden, een bonthandelaar uit Groningen. Het huis heette toen Villa Anna vernoemd naar zijn dochter en het is gebouwd voor 13.000 gulden.
Door de jaren heen zijn er veel bewoners geweest. Een van de bekendste families was de fam. Stavast. In W.O.II doken de zonen Hendrik en Pieter Stavast onder in de villa. Eind 1944 werden ze verraden en vluchtten naar Den Haag. Daar zijn ze alsnog door een stom toeval opgepakt en afgevoerd naar het Oranjehotel in Scheveningen. Nadat er een trein werd beschoten waarin Duitsers zaten, moesten er 10 mensen gefusilleerd worden. Het noodlot wilde dat ze 8 mensen hadden, dus 2 tekort. Toen hebben ze de broers Stavast erbij gezet. Na de oorlog is Prins Bernhard nog op de thee geweest bij de fam. Stavast op het landgoed. Hier zijn veel foto,s van gemaakt.
Die foto,s hebben de huidige bewoner Pieter Battjes geholpen bij de restauratiewerkzaamheden.
Want door de jaren heen was het landgoed erg in verval geraakt. En toen Pieter Battjes in 1984 het landgoed kocht, was het een bouwval met een verwilderde tuin. De eerste jaren vooral was het afzien. Het huis was niet warm te krijgen. In 1992 kwam ook zijn zus Greet erbij. Zij kocht het koetshuis. Vanaf 1994 is het een rijksmonument.
Pieter was vastbesloten om het landgoed in ere te herstellen. Het was immers een historische plek.
Het is hem en zijn medewerkers gelukt om het landgoed te herstellen in zijn volle glorie.
Uit voorzorg dat, nadat de huidige bewoners zijn omgevallen, het landgoed weer in verval raakt, werd in 2013 gestart met onderbrengen van het landgoed in een stichting. Dat “omvallen” van de bewoners was trouwens een uitdrukking van dhr. Andriesse zelf. Als dat ooit gebeurt, hebben Pieter, Greet en Kees hun eigen grafeiland, waar ze begraven mogen worden.
Tegenwoordig wordt er samengewerkt met Het Drentsche Landschap, Mileufederatie Drenthe, IVN en wordt er van alles georganiseerd. Open monumentendagen, kinderactiviteiten, manifestaties, concerten enz.
De tuin en het park worden bij gehouden door vrijwilligers 2 ochtenden in de week.
Het is nooit klaar en er staan nog genoeg nieuwe dingen op stapel.
Het was een super interessante lezing en een mooi begin van ons HVT seizoen.
Wie nog veel meer weten, kan dit in het boek “Bosch en Vaart-schoonheid aan het water” lezen
Op 26 november j.l. hield dhr. Henk Nijkeuter een boeiende lezing over sagen en legenden.
De zaal was goed gevuld met leden en belangstellenden, die geboeid naar de prachtige, soms wat wrede volksvertellingen luisterden.
Het verschil tussen volksoverleveringen werd ons duidelijk.
Een volksverhaal is een bedacht, fictief verhaal; een legende is een verhaal over een heilige
en een legende is waargebeurd, maar de historische kern is vaak onduidelijk.
Een voorbeeld van een legende is het verhaal van de beuze jaeger, waarin Sint Nicolaas voorkomt. Het is een prachtige legende, die ook in het nieuwe boek staat “Zul oes Sunterklaos wel kommen?”
geschreven door Henk Nijkeuter en Abel Darwinkel. Ook achter het schoen zetten en een netje met chocolademunten in de sinterklaastijd zitten prachtige verhalen.
Een heel bekende sage is die van Ellert en Brammert. Hiervan zijn nogal veel verschillende versies.
De eerste keer duikt dit verhaal op in de “Annales Drenthe”en is geschreven door drs. Picardt.
Heksen , witte wieven, spinwievies, de lebbestaok, de juffer van Dwingeloo, enz. zijn onderwerpen voor prachtige verhalen. Ze werden vroeger verteld bij het haardvuur of door de schepers (herders) doorverteld. Spannende verhalen, die soms wreed, soms ontroerend zijn.
We hadden nog wel veel meer willen horen, maar aan alles komt een eind. Ook aan deze boeiende avond. Dhr. Nijkeuter werd hartelijk bedankt door de voorzitter en er werd hem nog een heerlijke banketletter aangeboden. Geheel in stijl van zijn nieuwste boek.

De Historische Vereniging Tinaarlo kan van de Rabobank een bedrag tegemoet zien van bijna zeshonderd euro. Het aantal stemmen leverde een score op van 498,00 euro en de bank deed er voor iedere vereniging/stichting nog eens honderd euro bij.
De HVT is hier erg mee in zijn nopjes en wil iedereen bedanken die op onze vereniging gestemd heeft. Klasse en nogmaals dank.
De markante geschiedenis van William H.Wood en de luchtoorlog boven Drenthe.
Afgelopen donderdag 2 mei ’19 hield de Historische Vereniging Tinaarlo haar laatste avondbijeenkomst van dit seizoen in Café Centraal in Tynaarlo.
Onze eigen secretaris Willem van der Meij hield een boeiende lezing over William H. Wood, een Amerikaan, die bij Tynaarlo met zijn P-47 Thunderbolt naar beneden stortte en zichzelf wist te redden met behulp van een parachute.
Er waren 3 soorten gevechten door de luchtmacht:
_Oorlog in de lucht ( tussen 2 vliegtuigen).
_ Oorlog uit de lucht ( bommenwerpers en parachutisten)
_ Oorlog tegen de lucht ( vanaf de grond de vliegtuigen beschieten).
In de eerste 2 was Nederland niet erg sterk, maar het had wel een goede luchtverdediging.
Tussen 10 en 17 mei 1940 verloren de Duitsers maar liefst 543 gevechtsvliegtuigen boven Nederland. Waarvan maar één bij toeval boven Drenthe in de buurt van Barger Compascum.
Eerst was alleen Engeland in oorlog met Duitsland. Maar na Pearl Harbour verklaarde ook Amerika de oorlog aan Duitsland en Japan. De Engelsen vlogen s ‘nachts en de Amerikanen overdag met de bommenwerpers. Ze kwamen over Drenthe en boven Tynaarlo lag net een knooppunt van routes van Engeland naar Duitsland. Vliegveld Eelde werd gebruikt voor Duitse nachtjagers.
Dus boven de Marke van Tynaarlo gebeurde het volgende tijdens de W.O.II:
_ Er kwamen heel veel bommenwerpers en jagers over vliegen.
_ Er vielen enkele bommen in de buurt: 3 op de Westeres ( ten westen van het voetbalveld) en 9 links en rechts van de Eisenbroeken.
_ Er is één vliegtuig neergestort. Eigenlijk bij Yde de Punt, dus net buiten de Marke van Tynaarlo.
_ Er is één piloot met parachute geland.
Dit was de Amerikaan William H. Wood, geboren in Marshall (Texas).Hij kwam in 1940 bij de USAAF om een training vliegen op een P-47 Thunderbolt te volgen. In 1944 kwam hij in Engeland terecht op een vliegveld in East Aglia.
Op 7 mei 1940 gingen 5 jagers op weg naar Berlijn. Één van hen was William H. Wood.
Ze hadden de opdracht om bommenwerpers te escorteren, die terugkwamen uit Duitsland.
Het vliegtuig van William H. Wood werd geraakt bij Hannover en waarschijnlijk nog eens bij Bremen in de buurt. Daardoor crashte zijn vliegtuig om 13.30 uur boven Tynaarlo, waar het terechtkwam vlakbij het Westerdiep bij Yde de Punt.
De piloot sprong uit het vliegtuig en redde zich d.m.v. zijn parachute. Hij kwam terecht bij het Veenmeer en werd al snel gevangen genomen door een landwachter. Die droeg hem over aan de Duitsers en hij werd krijgsgevangene. Hij kwam in juli 1944 in het Duitse kamp Stalag Luft III terecht. Het werd erg zwaar bewaakt na de spectaculaire ontsnapping van 76 gevangenen in maart 1944, die werd verfilmd in de film “The great escape”. Maar 3 mannen hebben dit overleefd.
Wood bleef tot januari 1945 in dit kamp en moest nog lopend naar 2 andere kampen, tot hij op 29 april werd bevrijd in een kamp bij München.
In de zomer van ’45 werd hij gerepatrieerd en keerde terug naar Texas, waar hij Petroleum Engineering studeerde.
In 1986 is hij terug geweest in Drenthe. Hij heeft de plekken bekeken, waar het vliegtuig naar beneden kwam en waar hij zelf terechtkwam met zijn parachute. Er was niets meer te zien.
Een handelaar heeft grote delen van het neergestorte vliegtuig meegenomen en verkocht.
Later in 1991 heeft Staatsbosbeheer nog een krukas gevonden, toen ze op die plek een dobbe wilden graven. Deze krukas is naar William H. Wood in Amerika gestuurd, waarna hij nog een bedankbrief heeft gestuurd. Op 31 okt. 2015 is William H. Wood op 93-jarige leeftijd overleden. Het was een erg boeiende lezing voor een goedgevulde zaal. Willem werd bedankt met een gevulde mand met lekkers en een mooie bos bloemen.


Voorafgaand aan deze talkshow werd op donderdag 28 maart ’19 de jaarvergadering van HVT gehouden in Café Centraal.
Na het gebruikelijke (lente)gedichtje vertelde de voorzitter Fenno Scheeringa, dat het boek van de Dorpsstraat klaar is en op 8 juni a.s. wordt gepresenteerd.
De excursie naar het Van Gogh huis en Collectie Brands staat gepland op 18 mei a.s.
Hiervoor kunnen de leden zich opgeven.
De secretaris Willem van der Meij was aftredend, maar is voor de 6e maal herkozen.
We namen wel afscheid van Roel Jager, die wordt opgevolgd door Jannie van der Broek.
De voorzitter sprak zijn waardering uit over de inzet van Roel. Hij heeft ons diverse grote sponsoren bezorgd, zoals Univé en de Rabobank. Hij heeft de financiën al die jaren prima en zeer nauwgezet beheerd. Ook is hij de initiatiefnemer van de (toekomstige) app . door Tynaarlo, een wandeltocht met gps. Iets waar we misschien de jongere generatie ook een plezier mee doen. Roel werd in de bloemetjes gezet en kreeg daarbij nog een goedgevulde mand van het Brughoes.

De historische Talkshow “Gao van mien laand of” gaat over de buitengrenzen van Drenthe.
Het voornaamste doel van deze talkshow is het overdragen van historische feiten op een aanschouwelijke manier.
De talkshowhost Anja Schuring ontvangt 4 personen, die als het ware de vleesgeworden grenzen zijn. We hebben Van Noorden, Zuidema, Oostinga en Westerink. Zij vertellen om de beurt wat er zoal bij hun grens is gebeurd door de jaren heen.
Bij Oostinga ligt de oudste lijnrechte grens: de Semslinie. Ontstaan door ruzie wie waar turf mocht afgraven. Johan Sems heeft toen d.m.v. de poolster bepaald, waar de grens lag. Met als gevolg, dat er nu een boer Boerma is, die zijn woonhuis in Drenthe heeft en zijn schuur in Groningen.
Zuidema was een poosje verdwenen. Want in de franse tijd werden de provincies afgeschaft; het werden departementen. Na de franse tijd werd de zuidgrens weer in ere hersteld.
Westerink liet een schans bouwen om zich tegen de Spanjaarden te verdedigen in de 80-jarige oorlog. Het was de enige doorgang van Friesland naar Drenthe aan de westkant, want verder was er alleen maar moeras. Hier werd de Zwartendijksterschans gebouwd. Een leuk weetje is, dat New York dezelfde vorm heeft als deze schans.
Van Noorden gaat 40 jaar terug. Toen had men het plan om de 4 noordelijkste gemeenten van Drenthe bij Groningen te voegen. Dankzij heel veel protest( o.a. De kop hoort erop) ging dit feest niet door. Maar zo nu en dan doet Groningen nog wel eens een poging.
De groep bracht het geheel erg onderhoudend met allerlei (flauwe, volgens Oostinga) woordgrapjes.
Een daverend applaus en een bosje bloemen voor alle spelers was dan ook een mooi einde van een geslaagde avond.

Afgelopen donderdag 27 september hebben de leden van de Historische Vereniging Tinaarlo genoten van de lezing “Waarom kwam Vincent van Gogh naar Drenthe?” door mevr. Hannie de Graaf. Zij is al 16 jaar vrijwilligster in het Van Gogh Huis in Nieuw-Amsterdam en weet ongelooflijk veel van deze beroemde schilder.
Hij werd in 1853 geboren in Zundert als zoon van een dominee in een gezin van 6 kinderen, waaronder zijn broer Theo. Deze Theo heeft hem altijd financieel ondersteund en ze hadden een intensieve briefwisseling. Een kleinzoon van deze Theo was de vermoorde Theo van Gogh.
Vincent wilde geen dominee worden, maar wilde het liefst schilderen. Dit was niet zo gemakkelijk, want niemand kocht zijn schilderijen. Hij heeft tijdens zijn leven maar één schilderij verkocht: “De Rode Wijngaard” voor 400 frank. Toch heeft hij 900 schilderijen gemaakt in 10 jaar. Na zijn dood is het meeste werk miljoenen dollars waard. Hoe wrang!
Hij schilderde ook modellen. Ook de prostituee Sien Hoornik, die 2 bastaardkinderen had. Toen Vincent met haar wilde trouwen, staken zijn vader en Theo daar een stokje voor. Op aanraden van zijn vriend Anthon van Rappard
en omdat het leven daar goedkoper zou zijn ,werd Vincent aangeraden om naar Drenthe te gaan.
Op zijn 30eging hij met de trein naar Hoogeveen en verbleef daar 2 weken. Daarna vertrok hij met de trekschuit naar Nieuw-Amsterdam en nam zijn intrek in logement Scholte. Hij had een kamer met balkon en keek uit op de ophaalbrug. Later een beroemd schilderij. Hij maakte 22 schilderwerken en 16 tekeningen. Allemaal over het Drentse boerenleven, landschap en mensen in de turf. Maar het geld raakte weer op en hij moest noodgedwongen terug naar Nuenen. Hij was 3maanden in Drenthe geweest.( sept.-dec. 1883).Hij had gelukkig al zijn Drentse werken in kokers opgestuurd naar zijn broer Theo,
want na zijn vertrek hebben ze alles in de kachel verbrand.
Het verblijf was van korte duur, maar is een belangrijke periode geweest voor zijn ontwikkeling.
Later is hij nog geïnspireerd door de impressionisten: De Baders van Seurat (pointillisme) en zelfportret en landschappen met streepjes( Monet).
De bekende zonnebloemen heeft hij in Arles geschilderd, waar hij verbleef in het gele huis. Zijn vriend Paul Gaugin voegde zich bij hem en samen genoten ze van een nogal wild kunstenaarsleven. Toch was Vincent niet gelukkig. Het vertrek van Gaugin maakte Vincent radeloos en hij kwam terecht in een psychiatrische inrichting in Saint-Remy. Het verhaal van het afgesneden oor blijft een beetje een raadsel. Mevr. De Graaf denkt, dat hij het heeft gedaan voor zijn vriendin Rachelle. In die tijd sneden de stierenvechters in de arena van Arles een oor van de stier af en gaven die aan een mooi meisje.
Het beroemde schilderij “Het kraaienveld” is het veld, waar Vincent vermoedelijk zichzelf heeft doodgeschoten. Hij is maar 37 jaar oud geworden.
Het logement Scholte en uitzicht op de ophaalbrug in Nieuw-Amsterdam.
”De Rode Wijngaard” Het enige schilderij, wat Vincent tijdens zijn leven heeft verkocht voor 400 frank.
”De turfboot” geschilderd in Drenthe en nu te zien in het Drents museum.
Onze trein ging naar het Noorden
Op 25 januari j.l. heeft Janny van Zanten een lezing gegeven over Limburgse evacués in Café Centraal in Tynaarlo. Ze heeft samen met Goff Miedema een boek hierover geschreven.
Het boek “Onze trein ging naar het Noorden” bevat persoonlijke verhalen van Limburgers, die in januari 1945 werden geëvacueerd naar o.a. Drenthe. Er kwamen 30.000 Limburgers naar de noordelijke provincies. ( behalve de mannen tussen 16 en 60 jaar, want die moesten naar Duitsland om daar in de fabrieken te werken). Ook een aantal van hen kwam in Tynaarlo terecht en werd meestal bij boerengezinnen ondergebracht.
Ze hadden dan al een barre tocht achter de rug. Eerst moesten ze naar Duitsland lopen om daar met een trein via Duitsland naar Nederland te gaan. Daar moesten ze vaak nog enkele dagen wachten tot ze in een goederen- of veewagon vervoerd werden. Het waren mensonterende en erbarmelijke omstandigheden voor deze mensen. Jammer genoeg zijn er op dit moment nog ontelbare mensen, die eenzelfde lot of erger is beschoren.
De evacuees, die in Assen op het station aankwamen, werden verdeeld over de gemeenten Vries, Zuidlaren, Gieten en Roden. Met boerenwagens werden ze opgehaald en naar een gastgezin gebracht.
Het was soms wel een beetje geven en nemen in het gastgezin. Maar er zijn na de oorlog warme vriendschappen uit ontstaan en er is nog steeds contact tussen een aantal families.
Met elkaar corresponderen en bezoeken over en weer.
Het was een interessante lezing voor een mooi gevulde zaal. Janny kreeg als dank een mooie mand met lekkers van ons plaatselijk “Brughoes”.

Afgelopen dinsdag 28 november was dhr. Fré Schreiber uit Middelstum bij ons te gast.
Hij hield een lezing over de midwintergebruiken. Voor hij begon, vroeg hij aan de zaal of hij het in het Gronings mocht doen i.p.v. in het Nederlands. Het werd in het Grunnings.
De midwintertijd loopt van 11 november tot 2 februari. Dit zijn de donkerste koudste dagen van het jaar en van oudsher proberen de mensen in deze tijd een beetje warmte en licht te maken. Vroeger waren dit de heidense feesten, die later overgingen in Christelijke feesten.
Het zijn veelal de zelfde gebruiken, maar het kreeg een andere naam en soms ook wel een iets andere invulling.
Het begon bijv. vroeger, dat de boeren op 11 november de pacht moesten betalen. Om de God Mars gunstig te stemmen maakte men dan grote vuren en hield optochten. Later werd dit St. Maarten. De optocht met lichtjes is hier van overgebleven. De gedachte van St. Maarten is ook licht geven aan de mensen.
Sinterklaas was vroeger de God Wodan (met lange witte haren en een baard) , die met zijn paard met 8 poten door de lucht vloog. Wodan was getrouwd met Freya, die op een zwijn (varken) reed. Hier is het marsepeinen varken van nu nog van overgebleven.
Volgend jaar komt er een nieuw boek uit van Schreiber met allemaal Grunningse Sunterklaosverhaolen. Dit heeft hij in 1988 al verzameld en onlangs teruggevonden op zolder. Sommige streken of dorpen hebben hun eigen Sinterklaasgebruiken. In Zoutkamp lopen de jongens verkleed als Sinterklaas met maskers op langs de deuren. De meisjes moeten dan raden, wie het zijn. Op Ameland en in Grouw bijv. viert men ook een ander Sinterklaasfeest.
Op 13 december is het Santa Lucia feest. Dit wordt vooral in Zweden gevierd, maar als je deze dag naar Ikea gaat, kun je Lucia ook tegenkomen. Ze heeft een kroon met kaarsen op haar hoofd. Op deze avond was Lucia er trouwens ook even en liep ze met de kroon met kaarsen door de zaal, terwijl dhr. Schreiber een prachtig lied zong over Santa Lucia.
25 december was vroeger het lichtfeest van de zon. En het kerstfeest was op 6 januari, de geboorte van Christus. Later heeft de paus bepaald, dat Kerst op 25 december is. Een heleboel dingen van Kerst herinneren nog aan het lichtfeest van de zon: De ronde kerstkransjes, de ronde glimmende kerstballen ( appels in boom), de piek een appel op een stokje. De sinaasappel, die kinderen krijgen bij het kerstfeest in de kerk herinnert ook aan de zon.
Ook Oud en nieuw jaar is veranderd in de loop van de jaren. Vroeger had je het slepen en het nieuwjaarslopen en de nieuwjaarzangers, wat nu nog maar heel weinig gebeurt. De kniepertjes en rolletjes worden gelukkig nog wel steeds gebakken. Het platte kniepertje voor het oude jaar; dat is allemaal bekend. Het rolletje voor het nieuwe jaar; nog verborgen , wat het nieuwe jaar brengt.
Het vuurwerk is eigenlijk nog een heidens gebruik. Vroeger maakte men in de midwinter ook grote vreugdevuren voor wat licht en warmte in deze donkere dagen.
Op 6 januari is het nu 3 koningen. Moeder bakte een tulband en verstopte daarin een witte boon. Wie de boon in zijn gebak had, was de koning. Hier komt ook de uitdrukking “een heilig boontje”vandaan.
In Vlagtwedde gingen de jongens in groepjes van 3 langs de huizen. Ze droegen kronen, één
was zwart geschminkt, ze zongen en hadden een stok met een ster bovenop, die kon draaien. Voor het zingen kregen ze de nodige borrels aangeboden.
2 februari is het einde van de midwintertijd en is het Maria Lichtmis. Alle overgebleven kaarsjes worden dan opgebrand. De donkere tijd is weer voorbij en het werk op het land wacht weer.
Het was een boeiende lezing en dhr. Schreiber is een zeer boeiende verteller.